22 december 2014, pag. 26

Leewarden Courant logo-lc

 

 

 

 

 

 

 

Mons: van arbeidersparaddijs tot ‘silicon valley’

 

Ooit was Wallonië het paradijs van de arbeiders. Maar na de sluiting van de mijnen viel de streek ten prooi aan grote werkloosheid.

Met de oprichting van tientallen ICT-bedrijfjes verwierf Mons de bijnaam ‘silicon valley van Wallonië’. En toen haalde burgemeester Elio Di Rupo ook nog de titel Culturele Hoofdstad binnen.

INES JONKER

 

Vittorio Mele was een jongen van achttien toen hij in 1955 vanuit Sardinië naar België vertrok om in de mijnen te gaanwerken. Twee oudere broers waren hem voorgegaan. In het Italië van de jaren vijftigwas amper werk, in Wallonië waren banen in overvloed. De mijnwerkers moesten minimaal vijf jaar blijven. Vittorio zou nooit meer terug gaan. Hij trouwde er een Italiaanse vrouw en stichtte een gezin.

Vittorio (77) is een van de vier oudmijnwerkers die we ontmoeten op een oude mijnsite in het dorpje Petit-Wasmes, een half uurtje rijden van Mons.Twee van hen komenoorspronkelijk uit Italië, twee zijn geboren Belg. Voor de gelegenheid hebben ze zich in hun oude werkkloffie gehesen. Om hun hals een oude mijnwerkerslamp.

De verschillende bouwsels, het hoofdgebouwmet de liftschacht, het ophaalmachinegebouw en het badhuis, zijn zwaar vervallen. Hier en daar banen struiken zich een weg door het beton. Bijna was het complex opgekocht door een projectontwikkelaar. Nadine Gravis en Riccardo Barberio redden het van sloop door het in 1993 te kopen. Het stel, hij is zoon van een mijnwerker, wil de mijngeschiedenis van het gebied levend houden en richtte daartoe een vereniging op: Marcasse et sa mémoire. Ze hebben grootse plannen. Zo moet er in een van de gebouwen een zaal komen om activiteiten te kunnen organiseren, een museum over de geschiedenis van de mijnen én met het verhaal van Vincent van Gogh. De beroemde schilder woonde twee jaar in de Borinage waar hij werkte als lekenprediker. De mijn vanWasmes is de enige waar hij ooit is afgedaald, om te zien hoe de mijnwerkers werkten. En daar valt best wat mee te doen, vindt ook Van Goghkenner Filip Depuydt, die het echtpaar Gravis en Barberio steunt in zijn plannen en zoektocht naar financiering.

Het verval van PetitWasmes is exemplarisch voor de Borinage, zoals de streek rond Mons heet, zegt Guido Fonteyn. De oud-journalist uit Brussel schreef lange tijd over Wallonië voor dagblad De Standaard. Door de aanwezigheid van bodemschatten als steenkool, leisteen, marmer en zelfs goud kende Wallonië lange tijd een behoorlijke welvaart. ,,Anderhalve eeuw woonden hier de meest welvarende arbeiders van Europa. In Vlaanderen ging het slecht, er was veel armoe, met als gevolg dat ruim een miljoen Vlamingen destijds naar Wallonië migreerden’’, vertelt Fonteyn in café l’Excelsior aan La Grand Place, het ovaalvormige plein in het monumentale centrum van Mons. De sluiting van de tientallen mijnen in de jaren vijftig tot zeventig van de vorige eeuw maakte een einde aan de groei. Vlaanderen klom uit het dal; vanwege de invoering van delfstoffen van elders waren havens nodig, en die zorgden voor grote economische bloei.

De Borinagewerd intussen decennialang in een crisis gedompeld. De werkloosheid in Mons liep op tot meer dan 20 procent. Daar moest wat aan gedaan worden. Mons nieuw elan geven, onder het motto ‘To re-invent ourselves’. Dat was het doel van het project Technocitie dat in 2004 werd gelanceerd. Om de ‘braindrain’ een halt toe te roepen, moest de stad nieuwe werkgelegenheid creëren. Dus investeerde de overheid 12,5 miljoen euro in een Digital Innovation Valley, een bedrijvenpark aan de rand van de stad. Ook Microsoft en Google vestigden zich hier; de laatste investeerde 300 miljoen euro in een nieuw datacentrum. De afgelopen vier jaarwerden hier driehonderd nieuwe ondernemingen opgericht. En sinds 2013 zijn volgens de stad drieduizend nieuwe banen gecreëerd: duizend in de digital valley, duizend in de creatieve sector en duizend freelancers op digitaal en creatief gebied. Mons zit dus weer in de lift.

In 2011 haalde Mons de titel Culturele Hoofdstad van Europa 2015 binnen. Mons was – net als Leeuwarden – de underdog in de competitie met Luik. Die stad was favoriet, want: groter, meer culturele instellingen, meer musea. Maar Mons won. ,,Het is tijdomde zwarte bladzijde van Mons om te slaan’’, antwoordt Elio di Rupo, de voormalige premier - zoon van een Italiaanse arbeidsmigrant – op de vraag wat het belang is van zo’n titel. Hij verwacht er veel van. ,,Het imago van de streek zal veranderen en voor investeerders aantrekkelijk worden.’’

De Wallonische stad staat aan de vooravond van het culturele jaar waarin het zal bruisen van de activiteiten. De binnenstad kreeg een opknapbeurt, er worden vijf nieuwe musea geopend en er is een nieuw congrescentrum gebouwd (van architect Daniel Liebeskind). Maar niet alles is klaar. Zo zal het imposante station, een ontwerp van de Spaanse architect Santiago Calatrava, een jaar later dan gepland open gaan. Met als gevolg dat treinbezoekers volgend jaar aankomen op een noodstation in een bouwput. Critici hekelen de nieuwbouw, volgens hen een prestigeproject van de burgemeester. De kosten zijn inmiddels opgelopen van 37 miljoen in 2007 tot 155 miljoen. Sceptici beweren dat dit bedrag uiteindelijk zal stijgen tot 266 miljoen. Di Rupo wuift de kritiek op de vertraagde oplevering nonchalant weg. ,,Ach, een station bouw je voor driehonderd jaar, dus een jaar later maakt weinig uit.’’

Wat wel op tijd klaar zal zijn, is The Passenger, een enorme houtinstallatie van kunstenaar Arne Quinze, en een van de grote publiekstrekkers, naar men hoopt. Op verschillende plekken in de wereld als Nevada, Brussel en Milaan maakte Quinze controversiële constructies in het straatbeeld. En nu dan ’The passenger’ in Mons: een 90 meter lange en 18 meter hoge installatie. Hij wil de ,,directe confrontatie met het publiek’’ aangaan, zo vertelde de kunstenaar in november tijdens een persconferentie in aanwezigheid van Di Rupo. De neon gekleurde houten planken die boven de straat kriskras aan elkaar verbonden zijn, roepen nu al veel op bij passanten. De een is dolenthousiast, de ander vindt het niks (,,wat een geldverspilling’’). En dat is precies wat de Vlaamse kunstenaar beoogt: ,,Mijn installatie is een metafoor voor wat ons met elkaar verbindt en krijgt iedereen in zijn ban. Ze lijken immers op ons: sterk en kwetsbaar, vergankelijk en blijvend.’’

Sowieso waren de inwoners van Mons aanvankelijk behoorlijk sceptisch over de plannen voor Culturele Hoofdstad 2015. ,,Velen dachten dat het een elitair feestje zou worden envonden dat er teweinig lokale artiesten bij betrokken werden’’, vertelt Stéphanie Vandreck, radiojournalist bij RTBF. Naar aanleiding van de kritiek werden er bijeenkomsten gehouden waarbij iedereen projecten mocht presenteren. Dat leidde er onder meer toe dat er nu veel meer kunstenaars uit Mons meedoen. Een van de onderdelen waarbij veel Monsenaren betrokken zijn, is La Phrase: een 10 kilometer lange zin bestaande uit poëziefragmenten; die begint bij het station en kronkelt over de muren van historische gebouwen in de stad. Bewoners schrijven de fragmenten, tussen december 2014 en december 2015, op de gevels.

,,Ik wil de literatuur tastbaar maken in de stad’’, zegt bedenker Karelle Ménine. Toen haar gevraagd werd om ‘iets’ te doen met het literair erfgoed, dacht ze al snel aan de vele schrijvers die in de eerste helft van de twintigste eeuw in Mons verbleven. Verschillende van hen brachten ook een periode in de cel door, en dus, bedacht Ménine, moest ook de gevangenis meedoen. Tien tot vijftien delinquenten (van de 450) boden hun diensten aan. Zij krijgen eerst een cursus typografie omdat de woorden in een bepaald lettertype geschreven moeten worden. ,,Door ze letters te laten tekenen, hoop ik dat ze plezier krijgen in schrijven en lezen. Dat is mijn droom’’, zegt Ménine. ‘Ik wil de literatuur tastbaar maken in de stad’ Want het analfabetisme is nog steeds groot in de Borinage, een van de armste streken van België; 15 tot 20 procent van de bewoners kan niet lezen en schrijven.

Een ander hoogtepunt van het culturele jaar is de tentoonstelling over Vincent van Gogh, met ruim zeventig schilderijen, tekeningen en brieven die laten zien wat hem destijds inspireerde. De schilder kwamin 1878 als evangelist in de Borinage en woonde hier bijna twee jaar; een bepalende periode in zijn leven. Het was een bewuste keuze voor Van Gogh om naar de Borinage te gaan; hij had gelezen over de streek en voelde zich geroepenomde mijnwerkers te helpen. Hij vereenzelvigde zich met de armen en ging daar ver in. ,,Hij gaf al zijn kleren en andere bezittingen weg, maakte zijn gezicht zwart om op de mijnwerkers te lijken en verruilde zijn relatief comfortabele huis voor een hut waar hij op de grond sliep. Hij wilde eigenlijk leven als Christus’’, vertelt Van Goghkenner Filip Depuydt. Zijn metamorfose leverde hem de bijnaam ‘zot van het bos’ op. Van Gogh werd onderwerp van spot; een vertegenwoordiger van de kerk die rondliep in lompen, dat kon niet. Het gevolg:Van Goghs proefcontract als evangelistwerd niet verlengd. Officieel omdat zijn Frans niet goed genoeg was, feitelijk omdat hij de kerk in diskrediet bracht. Na nog enkele omzwervingen ging Van Gogh in 1880 naar Brussel om een opleiding aan de tekenacademie te volgen. Hij zag geen toekomst meer in de kerk en wilde het potlood meester worden. Depuydt:,,Het is feitelijk hier dat Van Gogh heeft beslist om schilder te worden. Stel dat hij wel een vast contract had gekregen, dan was hij misschien nooit schilder geworden.’’

De film La Vie passionnée de Vincent van Gogh (Lust for life) uit 1956, met Kirk Douglas in de titelhoofdrol, begint met de periode van Van Gogh in de Borinage. ,,Toen streek hier twee weken lang een filmploeg uit Hollywood neer. De bevolkingwas diep onder de indruk. Veel mensen speelden mee als figurant’’, vertelt de Vlaming. In het kader vanMons2015 is er een aantal projecten rond de film; hij wordt opnieuw– gedigitaliseerd – uitgebracht;een productiehuis in Brussel maakt een making of, met het relaas van mensen die er destijds bijwaren. Verder is er een nieuwe film in de maak die helemaal gaat over Van Goghs periode in dit stukje Wallonië: Van Gogh au pied du terril. Depuydt hoopt dat er veel mensen komen kijken; hij heeft een missie. ,,De Borinage moet trots worden op Van Gogh! Dit is een van de weinige plekken waar de schilder op eigen initiatief is gekomen, en waar zijn twee woonhuizen nog staan. En dat terwijl er niks mee gebeurt. Van Gogh kan de belangstelling voor deze streek terugbrengen.’’

Mons (Nederlands: Bergen) is de hoofdstad van de provincie Henegouwen in België en telt ruim 93.000 inwoners, inclusief de omliggende dorpen. Het budget voor Culturele Hoofdstad 2015 is 70 miljoen euro; Europa draagt slechts anderhalf miljoen bij, de rest komt van de federatieWallonië-Brussel, hetWaals Gewest, de provincie Henegouwen en de stad Mons. De private sector draagt 13 procent bij. Het bidbook heeft zes benaderingen waarvan technologie de eerste is. De andere zijn: kunstenaars, ‘20 jaar in 2015’, architectuur, partnerschappen (o.a. met Pilsen in Tsjechië) en ‘0 koolstof’.